Onder ongeveer tien ton reist een transformator normaal gesproken volledig gemonteerd en oliegevuld op een versterkte pallet of slede. Daarboven tap je steeds vaker de olie af, verscheep je de kuip onder droge stikstof, demonteer je doorvoeringen en radiatoren en monteer je een schokschrijver. De regels erachter zijn in beide gevallen dezelfde: houd de eenheid rechtop, houd vocht buiten, en zorg dat je bij aankomst kunt aantonen dat er niets is gevallen.
De eenheid klaarmaken voor de weg
Bij een grote vermogenstransformator wordt de olie afgetapt en de kuip gevuld met droge stikstof onder lichte overdruk, doorgaans in de orde van 0,1 tot 0,3 bar, zodat er geen vochtige lucht langs een afdichting naar binnen kan. De druk wordt bij verzending vastgelegd en bij aankomst opnieuw gecontroleerd. Een druk die naar nul is gezakt betekent dat de kuip heeft geademd; de eenheid moet dan inwendig worden geïnspecteerd en gedroogd voordat je vult en inschakelt.
Doorvoeringen, conservator, radiatoren en ventilatoren gaan eraf en worden apart gekist, met alle openingen afgeblind. Losse inwendige delen worden vastgezet, de droger wordt afgesloten en er gaat droogmiddel in de accessoirekisten. Kleinere eenheden houden hun olie, wat eenvoudiger en veiliger is, mits het oliepeil ruimte laat voor uitzetting en de eenheid rechtop blijft.
Schokindicatoren zijn bewijs, geen formaliteit
Monteer een drieassige schokschrijver of schokindicatoren voor eenmalig gebruik op de kuip, meestal ingesteld op ongeveer 3 g. Fotografeer ze bij aankomst vóór het lossen en vóór het tekenen van de vrachtbrief, want daarna wordt de discussie over wie een schade heeft veroorzaakt aanzienlijk lastiger.
Is een indicator aangesproken, schakel dan niet in. Inspecteer inwendig waar dat toegankelijk is, controleer de persing van kern en wikkelingen, en herhaal vóór de inbedrijfstelling de overzetverhouding, de gelijkstroom-wikkelweerstand en een analyse van opgeloste gassen. Een aangesproken indicator is geen bewijs van schade, maar wel bewijs dat je moet kijken.
Hijsen, sjorren en de hoeken die ertoe doen
Hijs uitsluitend aan de daarvoor bestemde hijsogen, nooit aan dekselbouten, radiatoren of doorvoeringen. Gebruik een hijsjuk zodat de stroppen vrijwel verticaal blijven, en werk vanuit het zwaartepunt zoals aangegeven op het typeplaatje in plaats van vanuit het optische midden van de kuip. Vijzelvlakken zijn bedoeld om te vijzelen en te schuiven; hijspunten zijn het niet.
Zet de eenheid vast met gecertificeerde sjormiddelen op de gecertificeerde punten, keg de slede tegen verschuiven, en houd elke band vrij van doorvoeringen, radiatoren en stuurkast. Fabrikanten geven vaak een maximale scheefstand van rond 15 graden tijdens het handlen; overschrijd je die, dan kan olie op plekken komen waar die niet hoort en kan het kernpakket verschuiven.
Wat je direct bij aankomst controleert
- Lees en fotografeer de schokindicatoren voordat het lossen begint.
- Noteer de stikstofdruk, of bij gevulde eenheden het oliepeil en de olietemperatuur.
- Inspecteer op lekkage, deuken, lakschade en ontbrekende of beschadigde accessoirekisten.
- Teken elke schade aan op de vrachtbrief vóórdat je tekent.
- Neem bij gevulde eenheden een oliemonster als nulmeting voor het transport.
De praktische afweging zit tussen inspanning aan de uiteinden en risico daartussen. Aftappen en stikstofvulling kosten bij verzending een dag en vragen bij aankomst om vacuümvullen en rusttijd, maar halen bij een zware eenheid enkele tonnen en het risico op olieklotsen uit de som. Onder ongeveer tien ton is gevuld verschepen doorgaans sneller en niet minder veilig. Protrafo regelt routeverkenning, ontheffingen voor exceptioneel transport en kraancoördinatie door heel Europa zodra de eenheid daar groot genoeg voor is.